Bloedtransfusie

Bloedtransfusie

Tijdens een ziekte, ingreep, behandeling of bij een tekort aan één of meerdere bloedbestanddelen (rode bloedcellen, bloedplaatjes en/of plasma) kan het zijn dat je arts je een bloedtransfusie voorschrijft.

We spreken van een bloedtransfusie als we een bloedproduct, afkomstig van een donor, via een infuus toedienen.

Voor meer details over waarom je precies een bloedtransfusie nodig hebt, kan je terecht met al je vragen bij je behandelend arts of huisarts.

Hoe veilig is een bloedtransfusie?

Het bloed is afkomstig van het Rode Kruis Vlaanderen. Deze organisatie neemt enkel bloed af van vrijwillige en gezonde donoren na een strenge selectie.

De organisatie controleert het donorbloed altijd grondig op een aantal belangrijke infectieziektes die via het bloed kunnen worden overgedragen zoals virale hepatitis, syfilis, bacteriën en HIV. Donorbloed dat mogelijks besmet is, wordt altijd vernietigd.

Ondanks alle strikte kwaliteits- en veiligheidsvoorschriften blijft er een uiterst kleine kans op besmetting bestaan.

Kan ik een bloedtransfusie weigeren?

Je mag een bloedtransfusie altijd weigeren. Er bestaan echter weinig andere alternatieven. Sommige operaties of behandelingen kunnen we zelfs niet uitvoeren zonder bloedtransfusie.

Een bloedtransfusie weigeren kan een groot risico betekenen. Bespreek je twijfels tijdig met je arts!

Hoe verloopt een bloedtransfusie?

Bij opname teken je de informed consent. Hiermee verklaar je dat een bloedtransfusie mag uitgevoerd worden.

Het is belangrijk dat het toegediende bloedproduct ‘past’ bij je eigen bloed en dat de transfusie veilig verloopt:

  • We nemen één (indien eerder gekend) of twee bloedstalen af om je bloedgroep te bepalen.
  • Aan de hand van je bloedgroep selecteren we een geschikt bloedproduct. Voor een transfusie met rode bloedcellen voert het labo een kruisproef uit om te controleren dat het donorbloed compatibel is met jouw bloed.
  • Wanneer een verpleegkundige het bloedproduct wil toedienen zal hij/zij je naam en geboortedatum vragen.
  • De verpleegkundige controleert een aantal parameters zoals bloeddruk, hartslag en temperatuur en start dan de transfusie.
  • Na een kwartiertje controleert de verpleegkundige nogmaals een aantal parameters. Als dit goed verloopt, dient hij/zij het bloedproduct volledig toe.
  • Na de transfusie controleert de verpleegkundige opnieuw je parameters en spoelt hij/zij het infuus.

 

Tijdens de transfusie mag je het bed niet verlaten!

Is er kans op bijwerkingen?

Hoewel de risico’s zoveel mogelijk beperkt worden tijdens een transfusie kunnen we ze nooit 100% uitsluiten.

Heb je last van volgende symptomen tijdens of na een transfusie? Breng de verpleegkundige of arts hiervan dan zeker op de hoogte.

  • Jeuk of huiduitslag
  • Rillingen, gevoel van koorts of koude
  • Warme opwellingen
  • Benauwd gevoel of kortademigheid
  • Pijn in de rug, borst of hoofd
  • Misselijkheid en/of braken
  • Geelzucht
  • Donkere urine

 

Ben je ambulant opgenomen voor een transfusie en treden er symptomen op wanneer je thuis bent? Verwittig dan je behandelend arts, huisarts of onze Spoedgevallendienst volgens de graad van dringendheid.