09 364 81 11

Aortaklepstenose

De aortaklep regelt de bloedstroom van de linker kamer (ventrikel) naar de lichaamsslagader (aorta). Als de linker ventrikel samentrekt (systole) staat de klep open zodat het bloed vanuit het hart via de aorta naar de organen en weefsel kan stromen. Als de linker ventrikel gevuld wordt met bloed vanuit de linker voorkamer (atrium) en weer uitzet (diastole) is de klep gesloten zodat het bloed niet kan terugstromen vanuit de aorta naar de linker ventrikel.

In het geval van aortaklepstenose belemmert de klep echter de bloedstroom vanuit de linker ventrikel naar de aorta tijdens systole. Mogelijke oorzaken zijn degeneratief kleplijden (verdikking en verkalking van de klepbladen), reumatisch kleplijden (restletsel van acuut reuma) of een aangeboren afwijking waarbij de aortaklep maar twee in plaats van drie klepbladen heeft (bicuspide aortaklep). Deze stenose heeft een negatieve weerslag op de structuur en werking van de linker ventrikel.

De aandoening is traag progressief. Symptomen zoals inspanningsintolerantie, kortademigheid (dyspneu) en/of een beklemmend gevoel op de borstkas (angina) bij inspanning en flauw vallen ontstaan pas laattijdig. De aandoening kan verwikkeld raken door hartfalen, verhoogde bloeddruk in de longcirculatie (pulmonale hypertensie), voorkamerfibrillatie, infectieuze endocarditis, bloedingen en fatale plotse hartstilstand.
Wanneer men naar het hart luistert met de stethoscoop (auscultatie) hoort men typisch een systolisch geruis. Met behulp van echocardiografie kan men de aortaklep en de aorta evalueren, de ernst van de stenose beoordelen, de weerslag op de linker ventrikel  nagaan en de oorzaak bepalen.

De definitieve behandeling van de stenose bestaat uit het vervangen van de zieke klep door een kunstklep. Deze ingreep is aangewezen bij ernstige stenose met symptomen. Ook bij ernstige stenose zonder symptomen, maar met slechte functie van het linker ventrikel, is vervanging van de klep noodzakelijk. Wanneer de patiënt hartchirurgie dient te ondergaan voor een andere reden, kan dit gecombineerd worden met klepvervanging.

Men kan de kunstklep plaatsen via klassieke chirurgie of met behulp van een katheter (in de Engelstalige medische literatuur spreekt men van transcatheter aortic valve implantation of kortweg TAVI). Bij TAVI zit de opgeplooide kunstklep gemonteerd op een katheter die via de liesslagader opgeschoven wordt tot aan de zieke klep. Daar wordt de kunstklep dan ontplooit.
Men kan ook een ballon gemonteerd op een katheter opblazen ter hoogte van de aortaklep (in de Engelstalige medische literatuur spreekt men van percutaneous aortic balloon valvotomy of kortweg PABV) maar dit heeft enkel effect op korte termijn en biedt geen definitieve oplossing.
Indien er nog geen indicatie is voor klepvervanging, wordt de patiënt nauwgezet opgevolgd waarbij er regelmatig een echocardiografie wordt uitgevoerd in functie van de ernst van de stenose en zeker bij nieuwe symptomen.

Dit artikel werd bijgewerkt op dinsdag 13 november 2018