09 364 81 11

Atrioventriculair blok

De elektrische prikkel, die achtereenvolgens de voorkamers (atria) en de kamers (ventrikels) doet samentrekken, ontstaat in het hart zelf, meer bepaald in de sinusknoop bovenaan het rechter atrium. Via gespecialiseerde weefsels wordt deze elektrische prikkel snel verspreid over het ganse hart. Op de grens van atria en ventrikels ligt de atrioventriculaire knoop die de prikkel eventjes vertraagt. Vervolgens wordt de prikkel via de bundel van His, die zich splitst in een linker en rechter bundeltak, en tenslotte de vezels van Purkinje verspreid naar alle delen van de ventrikels.

De elektrische geleiding van de atria naar de ventrikels kan door heel wat hartaandoeningen, ingrepen op het hart en medicatie verstoord worden. In ongeveer de helft van de gevallen vindt men geen onderliggende oorzaak en spreekt men van idiopathisch atrioventriculair blok. Ook bij gezonde mensen kan door pijn, fysieke inspanning of tijdens de slaap tijdelijk een onschuldig atrioventriculair blok optreden.

De diagnose wordt gesteld op basis van het elektrocardiogram (ECG). Bij een atrioventriculair blok van de 1e graad is er geen echt blok, maar louter een tragere geleiding van de elektrische prikkel van de atria naar de ventrikels. Bij een atrioventriculair blok van de 2e graad worden sommige prikkels volledig geblokkeerd zodat ze de ventrikels niet bereiken en deze dus niet samentrekken. Hierbij maakt men nog een onderscheid tussen Mobitz type I (ook Wenckebach genoemd) en type II. Bij een derdegraads of compleet atrioventriculair blok is er geen geleiding meer van de atria naar de ventrikels. Er ontstaat dan een tweede prikkel in de ventrikels zelf opdat deze toch zouden kunnen samentrekken. De atria en ventrikels hebben dan aparte ritmes (atrioventriculaire dissociatie).

Mogelijke symptomen zijn vermoeidheid, pijn op de borstkas, flauwvallen (syncope) of kortademigheid (dyspneu). Bij een atrioventriculair blok van de 1e graad of 2e graad Mobitz type I zijn er zelden symptomen. Bij een atrioventriculair blok van de 2e graad Mobitz type II zijn er meestal wel symptomen en bij een blok van de 3e graad zijn die er bijna altijd. Bij een atrioventriculair blok van de 3e graad is er altijd een traag hartritme (bradycardie) en dit is ook vaak het geval bij een blok van de 2e graad.

Een atrioventriculair blok van de 1e graad behoeft zelden behandeling. In de regel zal men bij een atrioventriculair blok van de 2e graad Mobitz type I enkel bij symptomen een pacemaker plaatsen. Een pacemaker is wel steeds aangewezen bij een atrioventriculair blok van de 2e graad Mobitz type II en van de 3e graad.

Dit artikel werd bijgewerkt op dinsdag 19 februari 2019