09 364 81 11

Hartfalen

Wat is hartfalen?
Het hart is een krachtige spier die het bloed naar alle delen van het lichaam pompt. Indien het hart minder goed werkt en hierdoor symptomen ontstaan, spreekt men van hartfalen. Op basis van een echocardiografie onderscheidt men twee vormen van hartfalen. Bij hartfalen met verminderde linker ventrikel ejectiefractie (LVEF) of systolisch hartfalen trekt de hartspier onvoldoende krachtig samen tijdens de samentrekkingsfase (systole) waardoor minder bloed rondgepompt wordt. Bij hartfalen met bewaarde LVEF of diastolisch hartfalen wordt de linker ventrikel stijver en vult deze zich onvoldoende tijdens de ontspanningsfase (diastole). Omdat er minder bloed aanwezig is in de linker ventrikel wordt er ook bij deze vorm minder bloed rondgepompt, ook al trekt de hartspier voldoende krachtig samen.


Wat zijn de symptomen?
De symptomen van hartfalen ontstaan meestal geleidelijk aan, maar kunnen ook plots optreden na een ernstige, plotse beschadiging van het hart (vb. hartinfarct). Eén van de belangrijkste klachten is kortademigheid (dyspneu). Er zal zich ook vocht gaan opstapelen in het lichaam; dit kan gebeuren in de longen (longoedeem) en/of in de benen (perifeer oedeem). De patiënten zijn snel vermoeid en ervaren beperkingen bij inspanning. Op basis van de mate van beperking bij inspanning klasseert men hartfalen trouwens in vier NYHA klassen: van geen beperking (klasse 1) tot ernstige beperking of symptomen in rust (klasse 4).


Wat zijn de oorzaken?
Hartfalen ontstaat door een langdurige overbelasting of een (plotse) beschadiging van het hart. De meest voorkomende oorzaak is zuurstofgebrek van de hartspier (myocard). De meest ernstige vorm van dergelijk zuurstofgebrek is een hartinfarct. Andere mogelijke oorzaken zijn hoge bloeddruk (hypertensie), aandoeningen van de hartkleppen, aandoeningen van de hartspier (cardiomyopathie) en hartritmestoornissen (aritmieën).


Hoe stelt men de diagnose?
De bevraging van de patiënt (anamnese) en het lichamelijk onderzoek geven heel veel informatie. Daarnaast leveren verschillende onderzoeken extra informatie: bloedonderzoek, elektrocardiogram (ECG), echocardiografie, radiologisch onderzoek van hart en longen, en inspanningsproef (ook fietsproef genoemd). In sommige gevallen is nog meer onderzoek aangewezen zoals een MRI van het hart, radiologisch onderzoek met contraststof van de kransslagaders (coronarografie) of zelfs een biopsie van de hartspier.


Hoe behandelen?
Hartfalen is in de regel een chronische aandoening die een continue behandeling vraagt om deze onder controle te houden. Met een goede behandeling kan men de symptomen verbeteren, opnames in het ziekenhuis vermijden, de ziekteprogressie vertragen en de overleving verbeteren.
Bij hartfalen zal men onderliggende aandoeningen behandelen (vb. hypertensie), medicatie toedienen en gebruik maken van hartrevalidatie. Diuretica voorkomen overvulling. ACE inhibitoren (of sartanen), bètablokkers en aldosteronantagonisten vormen de hoeksteen van de behandeling bij hartfalen met verminderde LVEF of systolisch hartfalen omdat zij de overleving verbeteren. Helaas hebben zij dit gunstige effect niet bij hartfalen met bewaarde LVEF of diastolisch hartfalen. Men zal de patiënt ook stimuleren om een gezonde levensstijl aan te nemen. In sommige gevallen maakt men gebruik van medische toestellen zoals een speciale pacemaker voor cardiale resynchronisatie therapie (CRT) of een implanteerbare cardioverter-defibrillator (ICD).


Wat kan ik doen als patiënt?
U kunt sterk bijdragen aan uw behandeling door uw medicatie nauwgezet in te nemen. Dit doet u ook door een gezonde levensstijl aan te nemen: eet zoutarm, drink niet teveel, voorkom overgewicht, beweeg voldoende, stop met roken en beperk uw alcoholgebruik. Het is ook belangrijk om uw gezondheidstoestand goed op te volgen: weeg u dagelijks, ga na of er symptomen zijn van hartfalen en meet uw bloeddruk en pols. Uw huisarts en cardioloog geven aan wanneer u hen moet contacteren.
Om de patiënt hierbij te ondersteunen heeft de dienst cardiologie een informatiebrochure voor de patiënt ontwikkeld: ‘Leven met hartfalen’. De patiënt krijgt ook een ‘Dagboek hartfalen’ mee naar huis zodat hij/zij zijn/haar gezondheidstoestand kan opvolgen en deze informatie kan delen met de huisarts en cardioloog.


Ons kwaliteitsbeleid
Naast het materiaal voor de patiënt (zie hierboven) heeft de dienst cardiologie in samenwerking met de lokale huisartsen een transmuraal zorgpad hartfalen ontwikkeld. Een handleiding ondersteunt de huisartsen bij de zorg voor de hartfalenpatiënt in de thuissituatie.
Ten slotte maken we ook gebruik van een klinisch zorgpad acuut gedecompenseerd hartfalen bij de zorg voor de opgenomen hartfalenpatiënt.

Dit artikel werd bijgewerkt op woensdag 11 april 2018