09 364 81 11

Hypercholesterolemie

Vrije vetzuren, triglyceriden (drie vetzuren gebonden aan glycerol) en cholesterol zijn belangrijke vetten (lipiden) in ons lichaam. Triglyceriden en cholesterol worden in het bloed getransporteerd in een complex met eiwitten, de lipoproteïnen. Op basis van hun grootte en dichtheid worden deze opgesplitst in chylomicronen, VLDL, IDL, LDL en HDL.

Het soort vetten dat we eten is belangrijker dan de totale hoeveelheid vet in onze voeding voor wat betreft het gehalte aan cholesterol en triglyceriden in het bloed. Transvetzuren moet men vermijden en verzadigde vetzuren kan men best zoveel mogelijk vervangen door onverzadigde vetzuren. De hoeveelheid cholesterol moet niet beperkt worden.

Hypercholesterolemie kan te wijten zijn aan suikerziekte (diabetes mellitus), primaire biliaire cholangitis, nefrotisch syndroom, chronische nierinsufficiëntie, hypothyreoïdie, zwaarlijvigheid (obesitas) of het gebruik van bepaalde medicijnen. Genetische factoren hebben een sterke invloed op het cholesterolgehalte in het bloed. Bij familiale hypercholesterolemie gaat het om een mutatie in één gen (monogenetisch) met een zeer uitgesproken effect op het cholesterolgehalte. In de meerderheid van de gevallen wordt hypercholesterolemie echter veroorzaakt door de combinatie van talrijke genen (polygenetisch) met elk een klein effect.

Uit epidemiologische studies blijkt dat hogere waarden voor LDL-cholesterol en triglyceriden en lagere waarden voor HDL-cholesterol gepaard gaan met een hoger risico op hart- en vaatziekten (cardiovasculaire aandoeningen). In het kader van de preventie van cardiovasculaire aandoeningen zal men bij patiënten met een hoog 10-jaarrisico of een cardiovasculaire aandoening in de voorgeschiedenis LDL-cholesterol verlagen met statines. Bij onvoldoende effect kan men ezetimibe en/of een PCSK9-inhibitor toevoegen.

Dit artikel werd bijgewerkt op dinsdag 19 februari 2019