09 364 81 11

Infectieuze endocarditis

Bij een infectieuze endocarditis is er sprake van een infectie van de binnenwand van het hart (endocard) en dit meestal ter hoogte van de hartkleppen. De belangrijkste verwekkers zijn bacteriën, met name stafylokokken, streptokokken en enterokokken. Verschillende factoren verhogen het risico op endocarditis: hogere leeftijd, intraveneus druggebruik, onverzorgd gebit en mondinfecties, hartkleplijden en kunstkleppen, aangeboren hartafwijkingen, een voorgeschiedenis van endocarditis, aanwezigheid van een intravasculaire katheter of shunt of onderdelen van een implanteerbaar toestel in het hart en chronische hemodialyse.


De klinische presentatie is wisselend, van acuut over enkele dagen tot chronisch over enkele weken tot zelfs maanden. Mogelijke symptomen zijn koorts, gebrekkige eetlust en gewichtsverlies, algemeen onwelzijn, hoofpijn, spierpijn, gewrichtspijn, nachtzweten, buikpijn, kortademigheid, hoest en borstkaspijn. Bij het klinisch onderzoek kan men volgende afwijkingen aantreffen: hartgeruis, vergrote milt, kleine bloedingen van de huid en slijmvliezen, splinterbloedingen onder de nagels, pijnloze vlekken op de handpalmen en voetzolen (Janeway letsels), gevoelige onderhuidse knobbeltjes op de toppen van vingers en tenen (Osler noduli) en bloedingen in het netvlies van het oog (Roth spots).


Bloedkweken zijn zeer belangrijk om de diagnose te stellen en de verwekker te identificeren. Andere belangrijke onderzoeken zijn echocardiografie, ECG en radiologische beeldvorming. Soms is een microscopisch onderzoek of kweek van een klepvegetatie of eventueel abces naast de klep vereist.


Endocarditis kan verwikkeld raken met hartfalen, meestal ten gevolge van klepinsufficiëntie; een abces naast de klep, wat kan leiden tot geleidingsstoornissen; een fistel in het hart; verspreiding van infectieuze klonters via de bloedbaan (septische embolisatie) met als gevolg een beroerte, verlamming, blindheid, longembolie, hartinfarct, slechte doorbloeding met zuurstoftekort in een lidmaat, nier- of miltinfarct; abcessen op andere plaatsen in het lichaam (metastatische abcessen); of een abnormale verwijding van een bloedvat (mycotisch aneurysma). Als de infectie een kunstklep betreft, dan komt deze vaak los te zitten. De sterft ligt dan ook hoog, rond de 20%.


De behandeling bestaat uit langdurige antibioticumtherapie. Soms is echter een aanvullende heelkundige ingreep vereist.

Dit artikel werd bijgewerkt op donderdag 13 december 2018