09 364 81 11

Polikliniek voor cognitieve stoornissen

Polikliniek voor cognitieve stoornissen

 

Naar de nieuwe polikliniek voor cognitieve stoornissen kunnen vanaf 1 februari 2009 niet alleen patiënten met geheugenstoornissen of een vermoeden van dementie, maar ook patiënten met onder meer. concentratie- en aandachtstoornissen na een ernstig trauma of in het kader van een andere aandoening verwezen worden. We beschikken niet alleen over goed gevalideerde klinische testbatterijen (waarmee de klachten geobjectiveerd en gekwantificeerd kunnen worden) en aangepaste neurofysiologische testen, maar zullen naast medicamenteuze behandeling ook cognitieve trainingen aanbieden. Het concept, dat dus uitgebreider is dan een klassieke geheugenkliniek, beoogt een multidisciplinaire aanpak en bestaat nog niet in de ons omringende ziekenhuizen.

Over het verband tussen psyche en hersenen wordt al duizenden jaren gespeculeerd. De juiste aanpak voor dit probleem in de Westerse wereld bestaat echter nog maar 350 jaar.

Over het verband tussen psyche en hersenen wordt al duizenden jaren gespeculeerd. De juiste aanpak voor dit probleem in de Westerse wereld bestaat echter nog maar 350 jaar.

In 1664 legde Thomas Willis in “Cerebri Anatome” en “Pathologiae Cerebri” voor het eerst verbanden tussen laesies op specifieke plaatsen en lichamelijke symptomen en introduceerde de term ‘Neurologie’ gedefinieerd als de ‘Leer van de zenuwen’. In  1686 stelde Descartes dat de glandula pinealis het centrum van de psyche vormde en de windingen aan het hersenoppervlak instonden voor transport van voedingsstoffen en afvalstoffen naar en uit de diepte. Frenologie (Gall, 1825) is de  leer over het lezen van iemands karakter uit uitwendige schedelkenmerken. De relatie taal - hersenen werd beschreven door Broca (1861:  geheugen voor articulatiebewegingen) en Wernicke (1874: auditief geheugen voor woordklanken.)

De hersenen, de cognitieve functies en het gedrag zijn nooit gelokaliseerd in een nauw omschreven centra maar zijn modulair georganiseerd. Een module is een  afzonderlijke verwerkingseenheid (centrum) in een dergelijk collectief. Zo is de frontaalkwab verantwoordelijk voor de controle van het denken, handelen en spreken en de  planning, en de temporaalkwab voor de herkenning van objecten, gezichten, gezichtsexpressies en woorden. Een module is verder op te delen in submodules (bijvoorbeeld het herkennen van het gezicht van personen, het herkennen van gezichtsexpressies).

Er zijn vele redenen om cognitief onderzoek in te stellen. Dit kan een klacht zijn, een toevallige observatie of een verdachte heteroanamnese. Tabel 1 geeft een overzicht van het klinisch onderzoek van de cognitieve functies aan de hand van 5 vragen.

Onze eerste doelstelling is diagnostiek en behandeling van geheugenproblemen, zoals dat het geval is in een klassieke geheugenkliniek.

Onder dementie verstaat men de combinatie van langzaam progressieve geheugenstoornissen met één of meer cognitieve stoornissen (afasie, agnosie of stoornis van executieve functies) die leiden tot een beperking functioneren en beperking en niet uitsluitend tijdens een delier optreden. De medicamenteuze therapie bestaat uit acethylcholinesterase-inhibitoren voor de lichte tot matige vormen en MemantineHCl voor de matige tot ernstige vormen.

Een zeer uitdagende entiteit vormt het “mild cognitive impairment” welke gedefinieerd wordt als geheugenklachten die bij voorkeur door een informant bevestigd worden, gestoorde geheugenfuncties voor leeftijd en opleiding zonder andere cognitieve stoornissen of stoornissen van ADL functies en dus zonder dat er aan de criteria van dementie kan voldaan worden.

Daarnaast willen we diagnostiek en behandeling bieden voor cognitieve stoornissen in het kader van niet aangeboren hersenletsels (whiplash, milde tot ernstige neurotrauma’s, cerebrovasculaire aandoeningen) maar ook primaire niet-neurologische aandoeningen. Zo werd recent in gedegen onderzoek aangetoond dat bij 25% van patiënten met hartfalen ernstige cognitieve stoornissen aanwezig zijn.

In de literatuur zijn duidelijke aanwijzingen dat de behandeling door cognitieve rehabilitatie, in de vorm van geheugentrainingen, sensorimotorische stimulatie of creatieve activiteiten tot waarneembare positieve trainingseffecten leidt. Die effecten blijven ook na een langere periode aantoonbaar. De positieve effecten blijken beperkt tot de domeinen die specifiek werden geoefend. Ons ziekenhuis zal ook deze therapie kunnen aanbieden.