De veneuze bloedafname maakt hoofdzakelijk gebruik van een gesloten systeem namelijk het  vacuüm afnamesysteem.

  • Verifieer op een actieve wijze de identificatie van de patiënt door de naam van de patiënt te vragen en vergelijk met de identificatiegegevens op het aanvraagformulier.
  • Geef een korte uitleg omtrent de bloedafname om de eventuele stress bij de patiënt weg te nemen.

Zorgen voor een comfortabele houding van patiënt; liggend of zittend
Bij zittende houding elleboog bij voorkeur op armsteun plaatsen en handpalm open naar boven gericht.

De legende van het aanvraagformulier bevat de noodzakelijke informatie voor een correcte staalname.
A arteriële bloedafname: vooral voor bloedgassen
C citraat (blauwe stop): hemostaseparameters, controle pseudotrombopenie
E EDTA (paarse stop): hematologie, celtelling, immunohematologie, cyclosporine, ammoniak, HbA1c, moleculair genetisch onderzoek etc.
F fluoride (grijze stop): glucose, lactaat
G serumtube, geen anticoagulans: biochemie, toxicologie, hormonologie, serologie etc.
H heparine (groene stop): HLA typering
K capillair: vooral bloedgassen, point of care meting glucose
U urine
Z urine aangezuurd, recipiënt in laboratorium te bekomen
S snel transport op ijs naar het laboratorium bij kritische parameters zoals ammoniak, ionair calcium, bloedgassen etc.

De individuele analysefiches bevatten de hoeveelheid materiaal nodig voor analyse.
Volgende punten dienen in acht worden genomen:
1 ml volbloed levert doorgaans minder dan 0.5 ml serum of plasma.
het monster dient meestal gefractioneerd te worden over diverse afdelingen in het laboratorium, analyses worden soms herhaald, de analysetoestellen hebben een dood volume; om al deze redenen is het benodigde volume altijd groter dan wat effectief wordt verbruikt bij de metingen.
een eenvoudige regel bij de bloedafname: neem een tweede bloedbuis van dezelfde kleur indien er meer dan 20 analyses zijn aangevraagd voor dat type buis. 10 analyses voor bloedbuizen met gereduceerd vacuüm.
het aanvraagformulier bevat specifieke aanduidingen indien meerdere buizen nodig zijn voor analyse.

Naald op naaldhouder bevestigen: we maken gebruik van bet “Venoject Quick fit systeem”; hierbij wordt het onderste gedeelte van de naaldbeschermer verwijderd en de naald wordt in de houder vastgeklikt. De beschermkap van de naald wordt slechts verwijderd op het ogenblik dat het aanprikken gebeurt.

Bij moeilijk aan te prikken patiënten kan een vleugelnaald gebruikt worden. Bij het aanprikken van een handvene wordt bij voorkeur een vleugelnaald gebruikt.

De verschillende afname tubes klaar leggen; bij de afname respecteert men volgende sequentie:

EDTA: buizen met paarse stop
Citraattube: buizen met blauwe stop: de citraattube nooit als eerste afnemen om interferentie met de stollingstesten te vermijden (contaminatie met weefseltromboplastine)
Geen anticoagulans: buizen met rode stop
Fluoride : buizen met grijze stop

Een knelband of bloeddrukmeter kan aangewend worden. Bij moeilijk te prikken patiënt bij voorkeur bloeddrukmeter gebruiken
De stuwband wordt ongeveer 10 cm boven de aan te prikken plaats aangelegd. De patiënt maakt indien mogelijk een vuist.
De knelband wordt gebruikt om de vene bij punctie meer zichtbaar te maken; te sterke of te langdurige stuwing wordt gekenmerkt door het blauw worden van de arm. De stuwband dient dan direct losgemaakt te worden.
Bij inspectie en aftasten van de venen tracht men een idee te hebben over de ligging van de venen, het verloop van de vene en de aard van de vene.
Indien de venen niet zichtbaar of voelbaar zijn kan men volgende handelingen uitvoeren:
Bij een aangelegde stuwband enkele malen openen en sluiten van de vuist
Bekloppen van de punctieplaats met wijsvinger en middelvinger.
Verwarmen van de arm in warmwaterbad

Bloedafname bij patiënten met perifeer infuus
Perifeer infuus aan één arm: bloedafname uitvoeren aan andere arm
Perifeer infuus beide armen:
Kies de prikplaats onder de infuusplaats
De eerste 10 tot 20 ml bloed niet gebruiken voor analyse

Ontsmettingsmiddel : 70 % alcohol — alcoholswabs, ontsmetten gebeurt in cirkelvormige bewegingen naar buiten.
Na het ontsmetten wordt de punctieplaats niet meer aangeraakt.
Bij het eigenlijke prikken is bet belangrijk dat de huid goed gespannen wordt gehouden; dit kan gebeuren door de arm aan de achterzijde goed vast te nemen of net onder de punctieplaats de huid goed aan te spannen.

Aanprikken van de prikplaats
Bij het aanprikken wordt een hoek van 15 graden tussen houder en arm gevormd.
De naald wordt met de opening naar boven in de lengterichting van de vene gebracht tot de opening van de naald volledig binnen de vene ligt; dit is ongeveer 1 cm onder de huid. De houder met naald worden gefixeerd met één hand, het buisje wordt in de houder gebracht en het bloed wordt door het vacuüm in de tube aangezogen. Het is belangrijk de buis volledig te laten vullen. Vooral voor stollingstesten, namelijk citraattube (blauwe stop), is de hoeveelheid anticoagulans tegenover het volume bloed zeer belangrijk.

Bij het wisselen van de tubes is het belangrijk de naald en houder op hun plaats te houden door een goede fixatie.

Indien er bloed stroomt in de buis kan de knelband reeds worden losgemaakt en de patiënt kan de vuist ontspannen.

Na bloedafname dienen alle tubes onmiddellijk gemengd te worden door de buisjes 8 tot 10 maal om te zwenken.

Bij het einde van bloedafname wordt de laatste buis uit houder genomen en pas dan wordt naald verwijderd. Door bet indrukken van de knoppen aan de houder wordt de gebruikte naald onmiddellijk in de naaldcontainer gedeponeerd.

Na het beëindigen van de bloedafname wordt de prikplaats gedurende enkele minuten met een watje aangeduwd; dit voorkomt hematomen.

Ter hoogte van de prikplaats wordt een pleister gekleefd.

Geen bloed of te weinig bloed in de afnamebuis

Oorzaak : naaldopening zit niet in de vene: te diep of te ondiep
Gecollabeerde venen zijn platgedrukt of de naaldopening ligt tegen de rand.
Oplossing: de naald iets terugtrekken of dieper steken of naaldopening draaien. Indien de vene volledig gecollabeerd is, wordt de tube uit de houder genomen zodat het vacuüm wordt verbroken, de vene kan zich terug vullen en de bloedafname kan verder gezet worden. Biedt dit geen oplossing dan wordt de knelband terug losgemaakt zodat er wat extra arterieel bloed kan worden aangevoerd, de stuwband wordt terug aangespannen en de afname hernomen

Hematoom

Bloed stroomt uit aangeprikte vene in omliggend weefsel.
Oplossing: stuwband losmaken, naald verwijderen, prikplaats aandrukken met steriel gaas voor enkele minuten arm omhoog brengen tot boven schouderhoogte

Syncope

Oorzaak: onvoldoende bloedtoevoer naar hersenen
Oplossing:
Stuwband losmaken
Naald verwijderen
Patiënt plat leggen, eventueel benen iets hoger
Knellende kledij ter hoogte van luchtwegen losmaken
Verse luchtstroom voorzien
Pols en bloeddruk meten en patiënt in gesprek trachten te houden
Bij braakneiging nierbekken geven en hoofd opzij houden
Verwittig spoedarts indien nodig